Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN.

53?

verklaarde , dat de Koning, zo ras de Staaten het wedergeeven der twee Schepen zouden beloofd , en de noodige bevelen ten dien einde afgevaardigd hebben , het beflag zou opheffen; dat de Vonnk-fen van 's Konings Raad, en de Koninglijke Bevelen, wegens het teruggeeven der genomene Schepen, flipt zouden uitgevoerd, en een fpoedig einde gemaakt worden aan de nog onafgedaane Regtsgedingen. Hij fprak van het aangaan eens Verdrags van Zeevaart , en dat de Ingezetenen van deezen Staat ondertusfchen alle de Voorregten zouden genieten , in den jaare MDCLV. aan de Hanze-Steden in Frankrijk toegeftaan. Dit werd aangenomen ; doch de kunstenaarijen des Cardinaals vertraagden de bekragtiging van dit Verdrag: en men kwam 'er niet toe, dan op 't ontvangen der tijding , dat de Ruiteb, naa de Africaanfche Zeefchuimers te hebben doen beeven, vijf Franfche Schepen aangetast en dén genomen hadt, en de vier overigen in de Haven van Spezza befloten hieldt, tot hij last ontving van de Staaten, om ze te ontflaan. De twee Schepen, voorheen door de Ruiter genomen, werden teruggegeeven, en het beflag hieldt ter wederzijde op; doch van de beloofde Vrijheden der Hanze - Steden kwam toen even min als van het Verdrag van Zeevaart en Koophandel (*).

In

(*) Aitzema , IV. D. bl. 64. Secr. Refol. Nol/. I. D. bl« 454- 533. Thurloe's Papers, VI, p, 394. Brandt, Leivsn van dt Ruiter, bl. 131 enz.

StaatsRegee-

rin 6.

Sluiten