Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S46 GESCHIEDENIS

zulk een moedigen wederfland , dat Carel Gustavus niet meer kon doen, dan dezelve influiten.

De vanrt op de Oostzee was deezen Lande van zeer veel aanbelangs: niet minder dan zesëndertighonderdduizend Guldens verdienden de Schepen deezer Gewesten alleen 's jaarlijks aan vragipenningen. De Staaten befloten terttond, den LuitenantAdmiraal , Heer van Wasfenaar, met eene Vloot van vijfendertig Schepen te doen vertrekken , als mede achtendertig Vaandels Knegten , ten dienste des Konings van Deenemarken : uitgedrukten last hadt de Vlootvoogd, om dien Vorst tegen Zweeden te heipen, en den Handel in de Oostzee te befchermen : heimlijk was hem aanbevolen , de Zweedfche Vloot, onder Wranoel , die , bij de vijftig Schepen fterk , de Zond bezet hieldt, aantetasten (♦). Veel hachlijkheids vergezelde deezen tocht. Eer de Vloot in de Zond kon komen, moest dezelve de .twee Sloten, Kroonenburg en Elzingburg , te wederzijde deezer engte, op Zeeland en Schoonen, gelegen , voorbij. Dan heldenmoed groeit met het wasten der gevaaren. Obdam begroette de Kasteelen niet, en werd daarop heftig befchooten; doch, hij 't midden des vaarwaters houdende , bragt het geene noemenswaardige fchade toe. Nauwlijks dit se vaar ontweeken , ontmoette hij de Zweedfche

Vloot,

(») Secr. Refol. Holl. 1658. I- D. bl. 610. Wicquef. Liv. X. p. 584- 5S»i'

StamvRegee»

Sluiten