Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deh NEDERLANDEN. 54?

Vloot, gereed, om het verder opzeilen te betwisten. 'Er volgde een vinnig gevegt. Obdam , door jicht buiten Haat, om gebruik van zijne voeten te maaken , liet zich, op een doel, voor den grooten Mast brengen , waar hij het toezigt op alles hadt, en een hevig vuur ten doele ftondt. Door vijandlijke Schepen omringd , werd het zijne dermaate gehavend , dat het, redloos, dreigde te zinken , en eene boeg in brand geraakte. Zes uuren duurde de Zeeflag, dien de Koning van Zweeden, van het Slot Kroonenburg, aanfchouwde, en, tot zijn fpijt, achtzijnerSchepen in den grond zag fchieten , drie veroveren , en de overigen, ontredderd, onder het Slot wijken , van waar zij na de Haven van Landskroon liepen , om de bekomene fchade te herftellen. Meer dan duizend dooden hadt de Zweedfche , en de onze maar vierhonderd; doch onder deezen telden zij de ViceAdmiraals Witte Corneliszoon de Witte en Pieter Floriszoon : het Schip des eerstgemelden was in den grond gefchooten. Deeze overwinning opende hun de Zond, en de medegenomene Landmagt werd te Koppenhagen ontfcheept. Hadt de wind en flroom niet tegen geweest, men zou den ftrijd hervat, en de Zweedfche Vloot in de Haven van Lat.dskroon aangetast hebben. Te gering was de Landmagt , om de Zweeden uit de bemagtigde Plaatzen te verdrijven (*).

Ob-

(*} Brandt, Leeven van de Ruiter, bl. 552 enz, R 4

Staats-

Regeeriwg:

Sluiten