Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

552 GESCHIEDENIS

StaatsRkgëe-

r1ng.

Nederlaag der Zuee den.

Ruiter zelve, in een der floepen, ziende, dat'er van de Hollanders niet weinigen fneuvelden, riep zonder ophouden: Valt aan Mannen, valt aan, of gij zult allen vermoord worden! Hendrik Fleury de Coulan, Heer van Buat, een Fransch Edelman, Ritmeester in dienst van den Staat , die zich als Vrijwilliger op 's Lands Vloot hadt begeeven, de Ruiters flem hoorende, fprong, met het rapier in de vuist, ten middel toe in 't water, roepende: Mannen, dat gaat u voor, volg mij na! Dus fprak die dappere Held; gelukkig, indien hij alleen gezogt hadt, in heldendaaden uit te munten! Zijn voorbeeld wekte eene edele volgzugt. Op 't oogenblik fprongen de Soldaaten en gewapende Matroozen over boord, en vielen zo verwoed op de Zweedfche Ruiterbende aan , dat dezelve moest wijken. Deeze veelgewaagde landing hadt debemag:igingvan Kartemunde ten gevolge, waarde veréénigde Hollanders en Deenen zich nederfloegen, om verlterking aftewagten. Op derzelver aankomst trokken zij op tegen de Zweeden, voor Nijborg voordeelig gelegerd. De Hollanders, aangevoerd door Killegrew, Ailva en van Meteren , deeden wonderen van dapperheiden onderftcunden hunne Bondgenooten niet overwinnende wapenen: zij gaven blijk, dat de bedrijfloosheid in Krijg ten lande zints den Munferfchen Vrede, den oorlogsmoed niet hadt uitgedoofd.

De Zweeden moesten met hun Leger, beflapnde uit den bloem des Krijgsvolks , aan vermeefteren en overwinnen gewoon, binnen Nijborg wijken. Deeze

Stad,

Sluiten