Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de*. NEDERLANDEN. 555

tene bemiddeling aan, gevolgd van een Vrede, op dén zesden van Zomermaand van 't jaar MDCLX, te Koppenhagen gefloten. De bemiddelende Mogenheden , en, boven al, de Staaten der Veréénigde Gewesten, hadden belang, om den gewigtigen doortocht ▼an de Zond niet in handen van één Monarch te laaten; zulks diende niet minder, dan de aanzoeken van Frankrijk en Engeland, Bondgenooten des Zweeden, om hun een voordeeligen Vreede te bedingen. Het Rot/childsch Verdrag ftrekre ten grondflage; dan, nevens andere veranderingen , werd het punt," fpreekende van het uitfluiten der vreemde Oorlogfchepen uit de Oostzee, agtergelaaten. De Zweeden behielden Schoonen, Halland, Bleeking, en Bahus: De Deenen kreegenDronthem weder, en ook ruimden de Zweeden hunne andere overwinningen in Zeeland, en de verdere Deenfche Eilanden. De Stad Dantzig werd begreepen in het eindelijk bekragtigde Verdrag van Elbing. In 't volgend jaar verdroegen de Zweeden zich ook met Rusland. Db Ruiter , wiens beleid en moed zo veel tot de bevrediging in 't Noorden hadt toegebragt, bleef nog eene geruime wijl voor Koppenhagen, om het oog te houden op'makomen van de Vredes-voorwaarden. Het leedt tot Herfstmaand , eer hij in 't Vaderland wederkeerde, door den Koning begiftigd met een jaargeld van tweeduizend Guldens, en tot den Adelfland verheeven,na geheel Europa tot zijnen lof te hebben doen gewaagen (*).

'tfa

(*) Brandt, Leeven van ie Ruiter, bl. 204 enz.

Staat3-

rrgee• ring.

Sluiten