Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 559

welks algemeene beweeging dezelve geen noemensWaardigen indruk maakt.

De hertelling van Carel den II. op den Engelfchen Tbroon, gevolgd van den Vrede tusfchen Engeland en Spanje, bragt niet weinig toe tot de algemeene rust. Het zal der moeite waardig weezen, bier van, in 't voorbijgaan, te fpreeken, dewijl de gevolgen deezer herltellinge eenen zeer Merken invloed hadden op de zaaken van ons Gerneenebest.— Het Koninglijk Gellacht hadt, hoe vernederd, nooit gewanhoopt, den Throon weder te beklimmen. De hoop groeide aan, toen de harslénfchim van het Engelfche Gerneenebest veïdween voor de volftrekte Oppermagt des ProteBors. Het verfchilde weinig of die Overweldiger hadt, begogeld door den tovergians der Koninglijke Waardigheid, de Kroon, hem opgedraagen, aanvaard (*). Niets was gefchikter om de oogen dier verblinde Geestdrijveren te openen ;en 't werd het heerfchend gevoelen, dat men, der Vorstlijke Regeeringe zo nabij gekomen zijnde , dezelve best overdroeg aan den wettigen Erfgenaam. Carel de II. zwierf, met deeze hoope alleen o'nderfteund, om, en zogt alle Mogenheden ten zijnen voordeele te beweegen; doch vondt nergens meer hulpe, dan die men niet ontzegt aan den ongelukkigllen. In Braband en Vlaanderen zou hij geen verblijfplaats aangetroffen hebben, was de Oorlog tusfchen Engeland en Spanje niet uitgebrooken

ge-

(*) Thurloe's Papers- VI. p. 37. 267, 328.

S a

Staats-

ReGEE" RING.

Carel de II. zwerft om, mee de hoope van zich, ten eenigen tijde, herfteld te zien.

Sluiten