Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 563

iveldiger (*),hij zijne Majefteit een zo goed hart toedroeg , als één zijner Onderdaanen , willende, als de gelegenheid zich aanboodt, alles ten zijnen dienRe waagen, en hoopte zijne Majefteit van zijne opregtheid te overtuigen. Maar, eer hij de oorzaak van zijne komst vermeldde, moest hij'er op Haan, dat hij hem heilig beloofde, het voorgevallene niet te zullen melden aan Fleming , of aan iemand anders , tot het Gode behaagde , de Kroon aan zijn Majefteit wedertegeeven, wanneer hij de geheimhouding niet langer begeerde , fchoon hij de belofte van zijne Majefteit moest hebben, dat hij hem zelfs dan

niet

(*) Downing wa3 de Zoon eeas Leeraars onder de Independente», die zommige Leden van het Parlement vergezelde, na Schotland gezonden, om zich tegen den Koning te veréënigen , en toonde een werkzaam en geweldig vijand van den Koning te zijn. Zie Lord Clarendon's Gefchiedenis. Thans bekleedde hij de waardigheid van Cbomwells Afgezant bij de Staaten, en is die des Konings bij hen geweest, naa deszelfs herftelling; d'Estrades fpreekt zeer ongunstig van hem, Tom. U. p. 364. Burnet noemt hem een Vleijer en Schelm, T. I. p. aio. Temple drukt zich in eenen Brief van den 2 Jan. 1668, in deezer voege uit: „ Ik doe regt aan den Heer de Witt, eu ver„ klaar zijne Majelleit, dat hij een bekwaam en getrouw „ Staatsdienaar was, vetvuld met de opregtfle oogmerken, „ eu dus zeer verfchillend van 't Character, wegens hem „ aan 't Hof opgegeven door Downing, die hem wilde „ doen doorgaan voor een Man, aan hem gelijk. Wij „ zullen hein vervolgens nader leeren kennen.

S 4

Staats. Regeering.

Sluiten