Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber NEDERLANDEN. 569

iiNGWERF, Afgevaardigde van Medenblik, éénder Heeren, door Willem den II. op Loeveftein gezet, en die zich altoos hadt doen kennen door zijne Route aanmerkingen tegen alles, wat naVostlijk bewind fmaakte, het zonderling voorftel: „ dat het „ beter ware ;het Geld van den Staat te belteeden,

om Kanon, Kruid en Kogels te koopen, dan tot „ het houden van Feesten." Hij fcheen een voorgevoel te hebben, dat de Koning van Engeland eerlang het Gerneenebest zou beoorlogen (*). ,

In den Haage feestlijk ingehaald, toonde hij zich aangedaan wegens de beleefdheden , hem beweezen. Ter Algemeene Staatsvergadering, en in die van Hol. land, ftaatlijk ontvangen , ftortte hij zijne dankbetuigingen uit, met belofte van Vriendfchap en Vrede. In beiden de belangen derPrinfesfevan Oranje. zijne Zuster, en den Prins van Oranje, zijn Neef, op 't kragtigst aanbeveelende. Bij die gelegenheid liet de Raadpenfionaris de Witt zich deeze merkwaardige woorden ontglippen: „ De bedenking al-

leen, dat zij de eere hebben van zo na uweMaje„ Reit te beftaan, zou genoeg weezen , om ons die „ genegenheid inteboezemen ; dan wij kunnen 'er „ nog bijvoegen , dat wij ons daar toe gedreeven „ voelen in verfcheide an re opzigten : en zelfs dat „ het, ten aanziene der Koninglijke Prinfesfe, niets

an-

(.*) Basnage, p, 6o8< De Witt, Brieven, III. D" bl. 873.

STAATSi

Regee. ring.

Sluiten