Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

538

GESCHIEDENIS

Staat».

RjEGEE-

aiMG.

Waan van d'Estra-

DEJ.

mede Carel de II. de Staaten dreigde, bewoog hij de Staaten, ten opzigte van Duinkerken te bewilligen; naa vooraf, bedongen te hebben, Aar. Frankrijk, van zijn kant, hun verzekering zou geeven van 't bezit der Landen van Overmaaze en 't laatfte Verbond met Engeland (*).

De Franfche Afgezant beklaagde zich, dat verfcheide Regenten van Rotterdam het oor leenden aan de verdenkingen der Spaanfche Zendelingen ; en fchreef den Koning , dat deeze verdenkingen omkleed waren met waarfchijnlijkheden , fchoonfchijnend genoeg , om Lieden , die bekwaamer eu fcherpzinder waren dan een Burgemeefter Van Rotterdam kon weezen , inteneemen. Ondertusfchen ftelde hij zich gerust, dewijl de Witt , volgens zijn fchrijven , die Regenten braaf hadt doorgeftreeken. Geheel ingenomen met het vertrouwen , 't geen de Witt op hem ftelde, bleef hij niet in gebreeke , om hier van op een pochende wijze te fpreeken. Het Hof berigten mededeelende , welken allen , die kennis hadden van de Wetten deezer Landen, zeer zonderling in de ooreu moesten klinken. Da Witt werkte met hem, om de voornaamfte Steden op de zijde vau Frankrijk te brengen. De Witt hadt de moeite genomen van na Amjïer*

[dant

(») d'Estrades, II. bl. 30 3ï-36-37- a°5- Aitzbma , IV. D. bl. 1133. De Witt , Brieven , I. D. b!. 476.494. 536.537.543.560.561.598. 608.604.605.607.608.609. 616.6ao.en IL bl. 03.

Sluiten