Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5pö GESCHIEDENIS

StaatsRegeering.

Merkwaardigfchrijven van Lodewïjkden XIV, sis hij de hancieliDg tusfchen ópanje en Holland bemerkte.

nog verre van de Nederlanden verwijderd was , oordeelde hij een te lompe ftreek voor een Volk , toen zeer verlicht ten opzigte van deszelfs belangen , en het ftaatkundig (telzel van Europa. Lettende op de vertraagingen wegens het begrijpen van Duinkerken in 't Verdrag, en de zwaarigheden, welken de Staaten maakten, om het ontwerp van verdeeling voor den dood des Prinfen van Spanje te aanvaarden, vatte hij argwaan op tegen de Witt , verklaarende, ,, niet langer bedroogen te willen worden door diens „ fchoone woorden , en dat 'er geen haat op te maaken was." Maar zijn wantrouwen vermeerderde zeer, toen hij verflondt, dat men eenen voorflag van den Spaanfchen Afgezant , betreffende eene Verbintenis met de Spaanfche Nederlanden, in overweeging nam. Hij liet zich, in eenen Brief aan d'Estrades , in deezervoege uit : „ Indien de Heeren Staaten, „ naa dat zij, een jaar lang, mijne vriendfchap, „ mijn Bondgenootfchap "en befeberming gezogt, „ en, met zo veel voordeels voor hun , verkreegen „ hebben, in ftaat waren, om mij zulk een ongelijk ,, aantedoen, op een tijd , waar in ik, om hun ge„ noegen te geeven , en uit eene belangloosheid, ,, waar van men weinig voorbeelden vindt, mij wel „ ter goeder trouwe aan hun verbinden wil, dat „ een groot Land, 't welk mij en mijnen Zoon, ten „ eenigen tijde, welligt zou kunnen toebehooren, „ vrij worde, zou 't met deeze zaak gaan, als met „ de Munfterfche. Het minst, waar door ik mijne „ gevoeligheid zou toonen, over zulk een onheusch

„ be.

Sluiten