Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN, fytj

faulp vorderden, „ dat ik mij niet weinig belemmerd „ vinde: indien ik mij aan het Verbond houde, doe „ ik zulks grootlijks ten nadeele van mijne voori, naamfte belangen, en dat voor Lieden , van wél-

ken ik niet alleen geen de minste onderfteüning <,, zou verwerven, maar die nog tegenftand zouden «,, bieden in 't éénige geval, waar in mij hunne bès, gunstiging te (iade zou mogen komen, endiealsj, dan de hulp , welke ik hun verleend zou hebben, „ tegen mij zeiven zullen wenden. Daar benevens 9, verlies ik Engeland, 't welk mij niet minder dan 9, eene opene kaart aanbiedt ten opzigte van alles, „ wat ik aangaande de Nederlanders zou mogen bej, geerert , terwijl het voor zichzelven geen duim ?, breed gronds aldaar vordert (*)."

In deezervoege liep die gewigtige en bedekte onderhandeling af, van welke men zeggen kan , dat beide de Partijen in dezelve hun oogmerk bereikten. De Koning van Frankrijk wist nu, dat hij het Gerneenebest ten vijand zou hebben, in gevalle hij zijne heerschzugtige oogmerken , ten opzigte van de Spaanfche Nederlanden , daadlijk werkheilig wilde maaken. De Staaten wisten nu, aan welke maatregelen zij zich, ten aanziene van Frankrijk, hadden te houden. Gehoor verleenende aan den, eenharsfenfchim geüjkenden , voorllag , om de Spaanfche Nederlanden in Cantons te veranderen, behielden zij, gan zich , om 't weezenlijk oogmerk, van die Gewesten

CO d'Estrades , II. p. 5É7,

Staats-

Regeering.

Sluiten