Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NE DERLANDEN. 603

Predikanten, in Holland, baden voor den Prins van Oranje; doch de Staaten van dit Gewest, den Prins aanmerkende als een bijzonder Peifoon, niet bekleed met de Hooge Waardigheden zijner Voorzaaten, oordeelden, dat hem deeze eeré niet toekwam, dan ïn de bjzondere Kerken zijner H/erlijkhéden hier ten Lande; behalven andere onvoeglijkheden , als het bidden voor den Keizer, voor den Koning van Spanje , en voor de Koningen van Engeland, in de Voorfchrifcen der gemeene Bijbels en Gebedenboeken, die verbetering behoefden, kwam het hün aanftootlijk voor, dat men , in de eerfte plaats , badt voor de Algemeene Staaten, als de Hooge Overheid deezer Landen , terwijl men in Holland verftondt, dat de Staaten van Holland en Westfriesland alleen de wettige Hooge Overheid waren van dit Gewest. In gevolge hier van namen de Staaten, door de Witt bewoogen, in den jaare MDCLXI H, een befluit, cm den Predikanten alomme te bevelen , dat zij, in de eerfte plaats , zouden hebben te bidden voor „ hun-Edele Grootmogenheden, of de Riddèrichap, „ Edelen en Steden van Holland en Westfriesland, „ als zijnde de oritwijfelbaare Souverain, en, naast „ God, de eenige Hooge Overheid deezer Provincie ,• daar na voor de Staaten der andere Ferêènigde Gewesten , derzelver Bondgenooten , en voor „ derzelver gezamenlijke Afgevaardigden ter Alge„ meene Staatsvergadering en in den Raad van Staa„ te; voorts, binnen 's Gravenhaage alleen , voor de Gecommitteerde Raaden , voor de twee Hoo.

w ge

StaatS* Regee» ring.

Sluiten