Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLAND EN. 611

van de verwonderlijke eenvoudigheid, die in de uitleggingen van Calvin heerscht. Zijne verdeeling van de geheele Gefchiedenis der Kerke in Zeven Tijdperken, overeenkomstig met de Zeven Bazuinen en Zegelen, in ha Boek der Openbaaringe gemeld; — zijn begrip , dat de ganfche Gefchiedenis de» Ouden Verbonds een fpiegel was, die ons een nauwkeurig vertoon opleverde van alle de verrigtingen en gebeurtenisfen, welken in de Kerk zouden voorvallen, onder de bedeeling des Nieuwen]Verbonds, en tot aan de voleindinge der Wereld; dat de wonderwerken, netlijden en de dood van Christus ender Apostelen , geduurende den tijd hunner bedieninge, voorbeduidzels eu affchaduwingen waren van toekomende zaaken ; en wat dies meer zij, geeven geen Wijsgeerigen Geest te kennen (*).

De Coccejaanen , door hunne Mede-geestlijken vervolgd, zogten befcherming bij den Wereldlijken arm. Zij onthielden zich van Staatszaaken op den Prediklloel te brengen, en boezemden hunne Aan. hangers onderwerplijkheid in aan de Hooge Magten. Hier door wonnen zij de gunst der Regenten, en kreegen de aanzienlijkste Standplaatzen. De Voetiaanen hier door meer en meer verbitterd , arbeidden Iterk, om hunne Partij bij 't Gemeen en de Overheid in kleinagting te brengen, en hen van gevaarlijke,en hier ten Lande verbodene, Sociniaanfche Stellingen

verCO Mosheim Kerkl. Gefch. IX. D, bl. 232 enz. Refol. Holl. 1659. bl-147. Reftl. va» Confid. bl. 491,494.

X 4.

STAATSIE K GEKKIN g«

Sluiten