Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6tt GESCHIEDENIS

StaatsRegee-

iUNG.

Gefchil tusfchen de Regeering te Utrecht eti de Pred ikanten.

verdagt te maaken. Zij ontzagen zich niet, deStaaten en Wechouders te hekelen als Lieden , die hè1 met den Godsdienst niet ernstig meenden. Binnen Amfterdam, toen van zo veel invloeds op de zaaken van Holland, durfde men fchrijven , vondt men onder de Regenten niet boven de drie of vier vvaare Proteftanten , de overigen waren in hun hart Papisten , Vrijgeesten en Atheïsten (*). Wij zagen, doorgaans, de Voetiaanen volijverige VooriTanders van het Huis van Oranje; en zij lieten niet na , zo veel mogelijk, aan deszclfs verheffing toetebren» gen.

Te Utrecht haalden zommige Predikanten het oude gefchil over de Geestlijke Goederen weder op, en beweerden, dat dezelven, volgensGodlijk Regt, hun toekwamen; de Bezitters , op den Predikftoel, fcheldende voor Heiligfchenders. Nethenius, Hoogleeraar in de Godgeleerdheid op de Hoogefchoole te dier Stede, gaf hun , in gefchrifte , geen zagter naamen dan die van Dieven der Goederen van Jestjs Christus , en vergeleek ze bij den Koning Achab, die zich den Wijngaard van Naboth toeëigende. Twee Leeraars, Abraham van de Velde en Joannes Teeling, moesten de Siad en het Gewest ruimen : den eerften werd ook Holland ontzegd ; waarop hij Predikant te Middelburg werd,

en

(*) Thurloe's Papers, V. p. 662. B. Bekeer, vervolg pp Hornius Kerkl, Hljf. bl 30. Zie ook Hejdanus Ce», ftécrqtiei*.

Sluiten