Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oer NEDERLANDEN. 47

anderen wsren dermate gehavend , dat men ze met moeite na Texel fleepte. Het verlies der Engelfehen was veel grooier. De Ruiter viel Albemarle , bij herhaaling, zo vinnig aan, dat hij , naa 'er verfcheide zijner Schepen in den grond gefchooten waren, na de Engelfche ,Kust week, niet meer dan dertig weerbare Schepen bij zich hebbende,, De Ruiter hoopte hem intenaalen, doch de ftilte en de nagt redden den deinzenden Vijand.

De derde dag was eenigzins eea rustdag: hoe zeer de Ruiter, het hervatten zogt, Albemarle ftreedt niet dan wijkende na de Rivier van Londen. De Engelfehen fh\ken verfcheide hunner reddelooste Schepen in brand, opdat ze niet ten prooije der onzen zouden worden. Het Schip van den Admiraal George Askue, het grootlte der Vloot, geraakteaan den grond, en hij moest zich overgeeven. Tromp , onder wiens vlagge Sweerts dit Schip veroverde, ftreelde zich met het denkbeeld , om 't zelve in zegepraal één van 's Lands Zeegaten intevoeren, doch de Ruiter gaf last, het te verbranden-, om dat het niets dan belemmering zou kunnen baaren ; doch, zo eenigen willen , om Tromp die eer te ontneemen (*).

De Ruiter hadt , in de daad , voor , op nieuw flag te leveren. De Engelfehen, thans zeerverflerkt door de vijlentwintig bijgekomene Schepen van Prins Rob; sr, brandden de-gelijks van ftrijdlust, en om

de

(*) De GuichEj p. aoo.

Staats-

ÜEüEEftlSG»

Sluiten