Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

GESCHIEDENIS

Staats-

Regee-

ring.

den van het hevigst gevegt liet hij den LuitenantAdmiraal van Nes, die hem, terwijl zo veelcn den grootÜen Zeeheld zijner eeuwe in nood lieten , met eenigen getrouwlijk bijbleef, aan boord komen. Zij beraadflaagden in de Hut, wathun te doen Rondt, en befloten ,zich , al wijkende, te verweeren, en elkander getrouw bijteblijven, dewijl ze met zeven of acht deerlijk gehavende Sehepen geen kans zagen, om het groodie gedeelte der Engelfche Vloot het hoofd te bieden. Nauwlijks waren zij ter Hut uitgetreeden, of 'er kwam een kogel, die de bank , waar op zij gezeten hadden , wegnam. De Engelfehen , zich vleijende met de hoope, om de Ruiter , dood of leevend , in handen te krijgen , maakten een allerfchriklijkst vuur. De Ruiter , dien men nooit moedloos gezien hadt, liet zich toen door wanhoop zo verre vervoeren, dat hij, ten aanhooren van zijnen Schoonzoon de Witte , uitriep : O Gon ! hoe ongelukkig hen ik ! Is 'er dan onder zo veel duizenden geen één kogel, die mij wegneemt! De Witte hervatte: Vader, hoe fpreekt gij zo vertwijfeld? wilt gij enkel flerven , laat ons dan opwenden, in 't -midden van de Vijanden inkopen , en ons doodvegten. De Zeeheld hernam zijne rustige bedaardheid, en verklaarde: Gij weet niet wat gij zegt; als ik dat deedt, was 't al verkoren; maar als ik mij zeiven en deeze Schepen kan behouden en afbrengen, dan kan men V werk daar naa hervatten. Dit gelukte hem: en hij bragt , vegtende wijkende , het tot de Vlaamfche Banken, waar AiBfcMARXE hem niet verder durfde

naa-

Sluiten