Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

GESCHIEDENIS

StaatsRegee-

Gefchil 'tusfchen be Ruiter en Tromp.

Nieuwe verlegenheid rees 'er uit/de verdeeldheid tusfchen de Ruiter en Tromp , wegens het voorgevallene in den jongfren Zeedag. De eerfte beklaagde zich, dien verboren te hebben, dewijl de laatfte hemverlaatert hadt, beweerende, dat hij de Vlag des Oppervbotvoogds niet mogt uit het oog verliezen, om een bijzonder fmaldeel des Vijand s naatejaagen. Tromp betoonde, ter dier gelegenheid, al de heftigheid van zijn oploopend charadter. „ 't Was," fchreef hij, „ de Ruiter., die zich door verkeerd „ draalen het voordeel eener zekere overwinning 5, hadtlaaten ontglippen, met de voorhoede der En■„ gelfchen niet aftefnijden. Hij zoekt mijnen onder55 g;!»g, om dat God Almagtig mij met eenek'eins, dere magt op den Vijand voordeel heeft gegee-

ven, en hem met eene grooter magt nadeel laaten „ lijden." Zelfs beweerde hij , door zijn gehouden gedrag de Vloot voor eene volkomene vernieling bewaard te hebben. Zijne redenen vonden te minder ingangs , dewijl hij bekend ftondt als een ijverig Voorttarider van het Huis van Oranje,' en men hem verdagt hieldt van fchadelijke oogmerken, om hetzelve te begunstigen. De Staaten van Hollandkoozen de zijde van de Ruiter. Tromp werd van zijn Ampt verlaaten, en Willem Joseph van Gend in zijne plaats tot Luitenant-Admiraal verheeven, PchoonTROMP den RaadpenfionarisoE Witt verklaarde, bereidte zijn, om den Heer e de Ruiter alle voldoening te geeven, en zijn misflag tegen hem en de Hooge Regeermg openlijk te bekennen; 'er bijvoegende,

indien

Sluiten