Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6^ GESCHIEDENIS

StaatsRegee-

rikg.

Ontwerpen en lot van JJüat.

„ ziiimt niets , om zijne oogmerken te berei„ ken (*)."

Alle deeze beraamingen doorden het ijvervuur der Voorfran.leren van 't Huis van Oranje niet uit. De zaak van den ongelukkigen Buat ftrekte hier van ten fchriklijkea voorbedde. Deeze is de zelfde Henry de Fleijry de Coulan , Heer van Buat, wiens kloekmoedigheid bij de landing op Funett wij bewonderden. Hij was, voorheen, Paadje bij den jongen Vorst geweest, en nog in dienst desPdnfen; doch zints de laatfte verandering in diens Hofhouding nevens anderen ontllagen. Dit trof hem gevoelig; zijn drifiige aart maakte, dat hij in deugden en gebreken tot uiterften liep. Menfchen van die gefteltenisfe zijn veel gefchikter om ontwerpen te fmeeden, dan uittevoeren. Da Raadpeniionaris de Witt, weetende , dat de Engelfehen in Holland geheime Briefwisfeling hielden, hadt het cog op Buat geflagen, om het geheim te ontdekken. Buat , die niet verdagt kon zijn bij de Partij van het Huis van Oranje, was in geheime verltandhouding met Gabriel Silvius, voorheen in dienst der Koninglijke Prinfesfe, en thans zich in Engeland onthoudende. De Graaf van Arlington , Geheiinfchrijver van Staat aan het Engelfche Hof, deelde in deezen handel: en het blijkt uit de Brieven van deezen Staatsdienaar, dat hij niets minder ten oogmerke hadt dan

dit

O Aitzema , V. D. bl. 787. Mem. de ffenr) Charl. de laTremulles, Prince de Tarente, p, 275,

Sluiten