Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 GESCHIEDENIS

Staats-

regee-

de vermoedens in een tijd van onrust en gisting der gemoederen. Veel werd 'er bijgebragt, om Buat te verontfchuldigen. De Staaten van Zeeland fpraaken zeer ten zijnen voordeele. Zij beweerden, dat de Compagnie Paarden , over welke hij Ritmeester was, ter hunner betaalinge Rondt,en dat, hij te .Serge» op Zoom t'huis hoorende, zijne zaak alle de Gewesten raakte, en althans niet voor het Hof in den Ilaage behoorde beoordeeld te worden : dat in de uitdrukkingen zelfs , die het misdaadigst klonken, de oogmerken, om den Vrede te bevorderen , doorftraalden. Het Hof fcheen ook te neigen , om het misdrijf van den zagtften kunt intezien, en deltrafle tot eene uitbanning te bepaalen. De Keurvorst van Brandenburg liet ten beste van den Gevangenen fpreeken. Buat bekende , niets gedaan te hebben dan met kennis van verfcheide Regenten, onder anderen Joan Kievit, Gecommitteerden Raad wegens Rotterdam , en Ewoud van der Horst , eertijds die zelfde Waardigheid van wegen de zelfde Stad bekleedende, maar toen gezeten in den Raad van Staate. Deeze beiden maakten zich weg, en vergrootten hier door het vermoeden , tot bezwaar des Gevangenen. De Staaten van Holland drongen 'er op aan, dat Buat , naar de Plakaaten van den Lande , moest geftraft worden; beweerende, dat het geen bijzonder Perfoon voegde in maatregelen te treeden, (trekkende tot verandering der tegenwoordige Regeering: men voegde 'er nevens, dat het voor eenen Franschman onverfchoonlijk was, Vrede te willen maaken,

zon-

Sluiten