Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

GESCHIEDENIS

Staats-

kecee-

I

Os VPf-

ééniging «?er Fr/in fche en Holland

Vloot mislukt.

Staaten van Holland, hun verwijtende, dat zij het gezag der Reg?eringe aan zich trokken, en het hoog bewind zogten te voeren over de andere Gewesten; dat Buat geftraft was over iets, 't geen men te vooren goedgevonden hadt te beloonen. Lodewijk de XIV, integendeel, beklaagde zich, dat de misdaad van Majefleitfcheniiis in het Vonnis niet was uitgedrukt. Deeze hadt men agterwege gelaaten , om de Goederen des Veroordeelden niet verbeurd te verklaaren, en ze zijner Weduwe te laaten behouden. De Vonnisfen , over Kievit en van der Horst uitgefprooken, als mede over anderen , die deel gehad hadden in den bedekten handel met den Vijand, fitiitten dit kwaad ten eenemaal (*).

Alle deeze binnenlandfche beweegenisfen baarden zorg en kommer bij de Hoofden der Regeeringe. ' Om hun gezag gevestigd te houden , zagen zij zich genoodzaakt de Krijgsbedrijven wakker doortezetten. Het herftellen der Vloote ging met zo veel fpoeds toe, dat dezelve met den aanvang van Herfstmaand in ftaat was Zee te kiezen. Men hoopte , dat op deezen tocht de verèéniging met de Franfche Vloot beter zou gelukken. —_ De Ruiter ftevende na de Franfche Kust ; dan , fchoon men lang geraadpleegd hadt over de wijze deezer verèéniging , kon ze niet gelukken. De Franfche Vloot lag in de Haven

(,*) Db Witt, Brieven, II. D. bl. 329, Aitzema, V. D. bl. 841-846. De Gmche, p. 282. d'Estrades, IV. p. 43««553«<>53.

Sluiten