Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. ioa

en raadpleegen zouden op het geen hij hun, van zijnen wege, voorgedraagen hadt (*).

De Witt kon niet nalaaten , tot het oude Plan des jaars MDCXXXV. wedertekeeren. 'tZijomden Honing aftebrengen van zijne ontwerpen der Rijksvergrooting, 't zij dat hij, in de onmogelijkheid om ze te doen mislukken, het voorzigtiger keurde, met hem te deelen; hij fprak , van de Spaanfche Nederlanden tot een Gemeenebest te maaken, of dezelven onderling in 't vriendlijke te deelen : maar deeze voorflagen vonden geen ingang bij den jongen Staatzugtigen Vorst. Da; Witt vondt zich te meer belemmerd , daar hij, den Oorlog met Engeland toen nog niet geëindigd zijnde, reden hadt, om te vermoeden, dat Lodewijk de XIV. zich heimlijk met Carel den II , en zelfs met Zweeden , veritondt. In gevolge hier van , dagt hij, met d'Estrades te moeten handelen over het gedeelte , 't geen de Koning , wiens vermeesteringen niet wederltaan konden worden, zou hebben (f).

De Markgraaf Castel Roorigo , Landvoogd der Spaanfche Nederlanden , hadt zich bij de Staaten vervoegd, om hulpe ; teffens te kennen geevende, dat de Koningin van Spanje niet ongeneigd was tot een redelijk verdrag met Frankrijk. Lodewijk. de

XIV,

(") d'Estrades, V. p. 220. 233. 239. Aitzema, VI, D. bl. 247.

(*) De Witt, Brieven, II.D. bl. 487.491.494.495 507'

G4

StaatsRegesRiise.

1

Sluiten