Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132 GESCHIEDENIS

heid eens Vriends over de hindernisfen, door de tegenftreevers van zijn Huis fteeds tegen zijne verheffing in 't midden gebragt. Men zeide hem aan dat de Heer de Witt hem kwam fpreeken. Op'c eigen oogenblik liep hij den Raadpenfionaris te gemoet, en betoonde hem alle blijken van vriendfchap. „ Toen „ ik ter kamer uitging," zegt Goimville , „ zag „ ik hem fterk aan. Hij verhaalde mij naderhand, ,, wel begreepen te hebben, wat ik hem wilde zeg„ gen. Wij ftemden overéén, dat hij op dien voet „ moest voortgaan , en verandering van tijds-omw ftandigheden afwagten. Ik zeide hem, lachende, ,, dat hij veel doorzigts hadt voor zijne jaaren;" 't Is waar, dat Frankrijk en Engeland, in dit tijdperk, geen ftap van aanbelang deeden tot het herftellen van den Prins van Oranje: deeze twee ftaatkundige Hoven hadden, integendeel, die verheffing aangemerkt als ftrijdig met hunne belangen; dan zij deeden genoeg, om de zaaken in denzelfden (iaat te houden, en de daadlijk beftaande verdeeldheden aantekweeken, zich welvvagtende, om eene herftelling te bevorderen, welke de verdeeldheden, altoos nuttig voor kwalijkgezinden , zou vernietigen , of ten minften daar toe kunnen ftrekken (*).

De jonge Prins bepaalde zijne bekwaamheden in de veinskunst niet alleen tot eenige trekken , in 't heimlijk vertrouwen geopenbaard , maar begon 'er zich ook van te bedienen tot zijne bevordering. De

Wij*

(*) Mei::, de Gourville , II. p. 43,

REGEE-

Sluiten