Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 143

verminderden op een tijd, waar in zij' niet konden twijfelen, of zij hadden een magtigen Vijand in de nabuurfchap, en geene zekerheid genoeg van Engeland, om 'er zich op te verhaten. De Raadpenfionaris de Witt, op zijne denkbeelden van Staatkunde afgaande, zag hier geen gevaar. Het belang van Engeland vorderde baarblijklijk , dat het zich , in deeze omtlandigheden, matte Ferèénigde Gewesten nauw verbonden hieldt... De Witt kon zich niet verbeelden, dat het mogelijk ware , eene zo natuurlijke Staatkunde uit het oog te verliezen. De verkrijging der Spaanfche Nederlanden maakte Frankrijk magtig genoeg , om de heeifchappij ter Zee aan Groot - Brittanje te betwisten , en de beide Noordfche Mogenheden in afhanglijkheid te houden door overmagt in de Oostzee. De Witt , al te zeer gehegt aan deeze befpiegelingen, bedagt niet, dat de driften, inzonderheid die derVorften, dikwijls meer invloeds op de zaaken hebben , dan de grootfte en baarblijklijkfte belangen van den Staat. Hijhadtmoeten bedenken, dat de Koningen bezwaarlijk vergeeven, en dat een Vorst, zo zeer aan zijnevermaaken verfiaafd, als Carel de II , gemaklijk te winnen ware door een Vorst, zo flaatkundig, als Lodewijk de XIV.

Terwijl de Staaten van Holland in deaeervoege het Gemeenebest verzwakten , door het getal der verdeedigeien te verminderen, verzuimde de Koning van Frankrijk nie s, wat ftrekken kon, om de redmiddelen van 't zelve wegteneemen. Zo ras hij de

moge.

Staats-

REGEERING.

Sluiten