Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 149

in zijn eigen Rijk te onderlreunen. Vaderlandlievende voorwendzels hadden zij in gereedheid, om dit plan aanneemelijk te maaken. Men moest , zeiden zij, voorkomen, dat een gedrogtlijk mengzel van Gemeenebest- en Koninglijke-Regeering, ofeen indrang der Onderdaanen op de Regten van den Vorst, eene regeeringloosheid voortbragt, die Engeland weder zou ftorten in dien fchriklijken baijert, Waar uit het nauw gered was (*).

Men kan niet lochenen , dat de zaaken , uit dat oogpunt befchouwd, niet alleen wonder wel ftrookten met het charafter van een Vorst, zeer op geld gezet, dingende na 't vermeerderen van zijn gezag, en een Catholijk in zijn hart, maar ook met de grondregelen en itaatkunde van een Huis, 'twelk de noodzaaklijkheid ontdekte, om het Koninglijk gezag op onwankelbaare grondflagen te vestigen. D^ Franfche Zendelingen lieten het niet alleen berusten bij dus Merk op 's Konings belang te werken, maar zogten ook desgelijks den haat der Engelfche Regeeringe tegen de S:aaten optewekken , deezen vertoogende, dat de Staaten Lodewijk den XIV. reeds aangezogt hadden tot een Verbond tegen Engeland: buiten twijfel doelende op een flauw ontworpen plan tusfchen d'Estrades en de Witt , om de Engel* fchen te noodzaaken , dat zij van hunne eifchen, wegens den voorrang hunner Vlagge, zouden afzien.

(*) d'Orleans Htft, des Revol. d'Angi. Liv. XI. K3

StaatsReges-

ring.

Gefchil met de Engelfehen , over Surinameen de OesrIndien.

Sluiten