Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staats? Regke-

rj«g,

(•) '/ Leeven van de fVïtt, II. D. bl.34S-B'FlTJiADU, VI. p. 434« 445.

150 GESCHIEDENIS

zien (*). Men hadt opgemerkt, dat, zints

dien tijd, het Engelfche Hof allerwegen voorwendzeis zogt, om met de Ferèénigde Gewesten overhoop te raaken. De voornaamste betroffen de bezittingen in de beide Indien. De Zeeuwen hadden , in Lentemaand des jaars MDCLXVII , den Engelfehen de Volkplanting aan de Rivier van Suriname ontweldigd ; en, fchoon de Engelfehen 9 in Wijnmaand diens zelfden jaars, de Zeeuwen weder verjaagden, waren zij verpligt Suriname te ruimen , in gevolge Van het Vredes - verdrag te Breda, 't welk inhieldt, dat elk in 't bezit zou blijven van 't geen hij, op den twintigften van Bloeimaand des jaars MDCLXVII, bezeten hadt: doch Wili-ougby , in ftede van zich na het gegeeven bevel der ontruiminge te gedraagen 3 ging te werk als met een overwonnen Land. Hier over reezen klagten, en hij kreeg nieuwen last, om Suriname te verlaaten : doch , vertrekkende, wilde hij alle de Engelfehen , die 'er zich gevestigd hadden , medeneemen; en men hadt veel moeite , om te bewerken , dat zij, die blijven wilden , vrijwillig bleeven. Doch, wanneer de Zeeuwfche Gouverneur in deeze Volkplanting ingehuldigd was, klaagden de Engelfehen op hunne beurt, dat hij de rijklle Inwoonders daar hieldt , en het vertrekken alleen aan de annlten vergunde. De Zeeuwen bezaten deeze

Volk-

Sluiten