Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oeii NEDERLANDEN. 157

men eer de zijde van Frankrijk dan die der Bondgenooten zou kiezen (*).

De Koning van Frankrijk wendde den invloed van een rijk en magtig Vorst aan bijdeRijksvorften,' en haalde in zijne belangen over den Aardsbisfchop van Keulen, den Hertog vvaBrunswijk-Lunenburg, den Bisfchop van Osnabrug, en den rustloozen Bisfchop van Munfler, altoos gereed, om zich tegen de Staaten , zijne geflaagene Vijanden, te verklalren. Doch de ijverigtte Vooritander, dien Lodewijk de XIV. toen in Duitschland hadt, was WitXem van Furstemberg , Broeder des Bisfchops vari Straatsburg , een vuurig Man, en vondrijkin ont-

* werpen. Naardemaal men de deelneeming des Hof* van Berlijn in de maatregelen, tegen het Gemeenebest der Nederlanden genómen, niet zonder reden

( aanzag als eene zaak van 't uiterfte gewigt, kreeg de Prins van Furstemberg last, om eene laatfte pooging op den Keurvorst van Brandenburg te doen. Omtrent het einde des jaars MDCLXIX. vertoonde hij zich aan diens Hof, met den tytel van Afgevaardigden des Bisfchops van Keulen. De listige Onderhandelaar Itelde eerst voor, of het niet raadzaam zou zijn eene Verbintenis aantegaan, om te beletten, dat Frankrijk de ferèénigde Gewesten niet vermeesterde. Frankrijk en de Staaten, fprak hij, maaken, van alle kanten, met den uiterften fpoed , toebereidi zeis

(•) Da Witt, Brieven, IV. D. bl. 518.

StaatsRegeering.

Poogin. gen bij den Keurvorst van Brandenburg.

Sluiten