Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178

GESCHIEDENIS

Staats-

begeering.

«, ten opzigte van de Viagge en andere zaaken, die „ in gefchil (tonden, te gemoete te komen."

Deeze voorflag maakte eenen vrij algemeenen indruk, en de Edelen ftemden dien ih allen deele toe. Dordrecht ilondt in een geheel ander begrip , vciïiit verklaarende, „ dat men niet mogt afwijken van de

genomene belluiten, en derhaiven niet fpreeken, „ om den Prins Capitein-Generaal te maaken, eer

hij tweeëntwintig jaaren bereikt hadt. Dat de „ Prins den Predikanten-en 't Gemeen aangenaam „ was, erkende men; doch deeze aangenaamheid „ gaf geen geld: en zou 't eene jammerlijke regee-

ring zijn , daar men naar de Predikanten wilde „ luisteren. Dat men niet wankelen moest , maar

ftandvastig blijven bij de genomene belluiten. Dat „ men Engeland niet winnen zou door het bevor-

deren van den Prinfe : en,fchoon dit al gebeurde, 3, moest men daarom Slaaven worden (*) ? "

Naardemaal de meeste Leden neigden tot het bevorderen van den Prins, ging men voort, om aan 't ontwerpen eener Inftructie voor den aanftaanden CapiteinGeneraalte arbeiden. Amfterdam, willendetoonen, dat het niet uit blinden ijver voor den Prins gewerkt hadt, was van oordeel, dat men over de Inftructie moest raadpleegen, zonder eenigen bijzonderen Perfoon op 't oog te hebben. Leyden begreep daaren-

te-

(*) Befaigne , $. 12. 17. 18. 21. Dec. 1671. en 11. jan. 1672. MiT. Zie Wagenaar Fdderl. Hift. XIII. St. bl. 447 enz.

Raadpleeginj;en over de Inliruftiedes Capiteibs-Generaals.

Sluiten