Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 182

zich vejboride met 's Lands Vijanden ; hoewel het ook niet ongemeen was , dat de naaste Vrienden elkander den Oorlog aandeeden. Dat de Vrede eerder te wagten was , wanneer dezelve den Prins niet ontzette van zijne Waardigheid, terwijl hij tot Oorlog neigen zou, wanneer zijn aanzien aan tijden van Oorlog bepaald was. Dat men den anderen Gewesten , welken men in de Acle van Overéénfiemming zulke metkwaardige puuten afgedrongen hadt , het genoegen behoorde te geeven , van den CapiteinGeneraal voor 't leeven aanteftellen. Dat de gemelde Acte van geene bepaaling fprak , en dat de Gewesten zich aan dezelve niet gehouden zouden rekeken , zo men ze bepaalen wilde. ----- Hoe veel gronds deeze redenen fcheenen te hebben , beriepen de andersgeziaden zich op verfcheide voorgaande Staatsbefiuiten, inhoudende: Dat men nimmer een Overhoofd over; 't Krijgsvolk ftellen zou dan voor dénen Veldtocht. Dat het zorglijk ware, iemand de wapenen voor altoos te betrouwen. Dat zulk een Overhoofd altijd tot den Oorlog neigde , fchoon het belang van den Staat den Vrede vorderde. Dat hij het Krijgsvolk in dienst zou willen houden , en dus '3 Lands middelen den rug inrijden. Dat een altoos aanblijvend Hoofd over de Legers gevaarlijk voor de. Vrijheid ware , gelijk de bevinding geleeraard hadt. Dat de oude Batavieren geene altoqsduurende Legerhoofden plagten te kiezen. Dat zij den Vrede te ligt konden fluiten, en de wapenen misbruiken. Dat de andere Gewesten vergenoegd zouden zijn, dat dc M 3 Prins

StaatsRegee-

fUNG.

Sluiten