Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6 GESCHIEDENIS

StaatsRegeering.

Gefchil, over hec ftrijketi der Vlagge, met het EngelschKurjiogs Jagc de Merlijn*

Ruiter, in zee gezonden, om den Koophandel te befchermen , in gevalle de Oorlog mogt uitbarsten. Zij moest tusfchen Oostende en de Maaze kruisfen, zo digt aan wal, als gevoeglijk kon gefchieden , en alle vijandlijkheden , behoudens de agting van den Staat, vermijden. Ondanks het gunstig jaargetijde, hadt de Vloot met veele Hormen te wordelen , en lag zes of zeven mijlen van Westkapelle ten anker. Het Schip van de Ruiter was bezig met krengen, wannéér een Vaartuig, de Brittannifche Vlag van de groote Mast voerende , van den Maaskant opdaagde , en koers na Engeland zette, 't Was een Konings Jagt, de Merlijn geheeten, 't welk de Gemalin des Ridders Temple aan boord hadt. De Capitein van de Merlijn hadt last van deAdmiraliteit, om de Vloot der Staaten optezoeken, dwars door dezelve heen te zeilen , en , in gevalle de Schepen de Vlas ge niet flreeken , met fcherp té fchieten , en hier mede aantehouden, tot dat zij hen met fcherp beantwoordden. Hij volvoerde het gegeeven bevel. De Ruiter hadt het fchieten van de Merlijn niet kunnen begroeten , dewijl zijn Schip over zijde lag; doch de Luitenant - Admiraal van Gend deedt terftond zeven fchooten, waar bij de Ruiter, zo ras zijn Schip recht lag, 'er»egen voegde. De Capitein van de Merlijn hadt intusfchen tweemaal op van Gend met fcherp gefchooten, om dat deeze de Vlag niét Ibeek , noch het Marszeil vallen liet. Deeze verbaasd over zulk eene ontmoeting, zondt zijnen Capitein aan 't jfgty om reden van dit fchieten te

vraa-

Sluiten