Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 197

yrasgen : en kreeg tot antwoord , dat de Gemalin des Ridders TéMpiE aan boord was, en dat hij begeerde, dat men voer hem ltreeke. Van Gend ging zelve na de Merlijn, begroette Mevrouw Temple , die hij in den Haage dikwijls gezien hadt, en rrduidde den Engelfehen Capitein, dat hij, zonder üitdruklijk bevel, op onze eigene Kust, en voor een enkel Konings jfagt , niet zou hebben mogen ftrijken ; doch, indien zijne Majefleit van Groot - Brit* ianje oordeelde, dat hem dit van regtswege toekwame, moest dit gefchil tusfchen hem en de Staaten befiist worden. De Ruiter en de andere Vlootvoogden ftonden in 't zelfde begrip. De Capitein van de Merlijn liet hier op af, en vervorderde zijne reis: marr 't werd hem , te Londe\ komende, zeer kwalijk genomen, dat hij den last niet gevolgd en 't fchieten aangehouden hadt, tot men hem metfeherp beantwoordde.

Hef Engelfche Hof bleef niet in gebreke, om zich van dit voorval te bedienen tot het ophitzeh van een Volk, dat uit den aart trots én wonder naijverig is tèu opzigte van zijne gewaande heerfchappij ter Zee. Men llrooide uit, met eeneverg'rooijng', bij zulke geleg-ineden gmieen, dat van Gend uitdruklijkeii last gehad hadt, 0111, noch voor den Koning van Engeland, noch voor eenigeu Koning ter wereld, te ltrijken ; dat de ft: ndaird der Koninglijke Hoogheid veragt, en het regt der Vlagge hoogmoedig gefchonden wierd. Het geheele Volk behoorde zich dien hoon aantetrekken. Len Engelschman moest, niet N '3 alleen

StaatsRegee-

r1ng.

Sluiten