Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coS GESCHIEDENIS

Staatsie egfëring.

Toerusting.

ten lande en te water tegen bén te wenden, én aïlen handel en geraeenfchap zijner Onderdaanen met die der Ferèénigde Gewesten te verbieden (*).

Alles, wat de Staatzugt en menfchelijke voorzigtigiieid tot het verdelgen van een Volk kunnen toerusten , hadt Lodewijk de XIV. gedaan. Men zat in de Gefchiedenisfen bezwaarlijk een voorbeeld aanwijzen van eene kleine ohderneetning , met zo ontzaglijke toerustingen aangevangen. Van alle Vermeelieraaren, die een gedeelte der Wereld overhéerden, heeft niemand zijne vermeefteringen begonnen met zo veel geregelde Krijgsbenden en zulk eene Krijgskas, als Lodewijk de XIV, om het kleine lioekje Werelds der Ferèénigde Nederlanden te ondertebrengen. Het Leger, 't welk hij zou doen optrekken , zou , zo men voorgaf , op tweehonderdduizend man gebragt worden. Dertig Schepen van vijftig Hukken moeiten zich bij de Engelfche Vloot voegen. De Keurvorsten van Keulen en Munfter waren gereed, om hem met hunne magt bijtellaan. De' orde, de huishoudelijke fchikking , en het vernuft van Colbert hadden in de geldheffingen door een groot Koningrijk eene onuitputbaare bron gevonden, om de ontwerpen van 's Konings Krijgs- en Eerzngt volvoerbaar te maaken. De Opperhoofden zijner Legers waren CoNDé en Turenne , onderfteund door Luxemburg, Crequi, en de beste Krijgsbevelhebberen van dien tijd. De Krijgslieden, aan de

ftriktfie

(*) Holl. Merc. 1672. bi. 29.'

Sluiten