Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 225

ven als berend. Langer tegenweer wagtte men van Deventer; maar, 't zij lafhartigheid of verraad hier onder fpeelde , de Bevelhebber , onderfteund door eenigen van de Regeering, gaf de Stad, naa een beleg van vijf dagen, over. Zwol, Kampen, en veele andere Plaatzen van minder belang , booden nog minder wederftand. Binnen eene maand bukte geheel Overijsfel voor de wapenen der twèe Kerkvoogden, die alleen van plunderen zich onthielden , dewijl zij dit Landfchap hoopten te behouden. De Prins van Oranje en verfcheide Leden van den Staat hadden 'er op aangedrongen, om dit Gewest in ftaat van tegenweer te Bellen , maar de verdeeldheden deeden alle goede ontwerpen te leur loopen. Men wil zelfs, dat een gedeelte der voornaamfte Inwoonderen na eene omwenteling haakten. Eenigen , geheel onverfchillig , onder welk foort van Regeeringe zij leefden, wenschten zulks enkel nieuwigheidshalve. Zommigen hoopten, dat zij, van Heer veranderende , uit hunne fchulden zouden geraaken. Anderen verbeeldden zich , dat zij het veel beter zöuden hebben onder een groot Vorst, als de Koning van Frankrijk , dan onder een klein Opperhoofd , als de Prins van Oranje. De vermeestering van dat Gewest ging zo fpoedig toé , dat de Bisfchop van Munjler zelve daar over verlteld ftondt. En het zeggen , 't welk hem bij 't bezitneemen van Deventer ontviel, vermeerderde het agterdefsV ken op verraad. Waarlijk , fprak hij , ik geloof, VII. Deel. P dat

Staats.

R egeè' ring.

/

Sluiten