Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 233

Dienstmaagd, die alleen in 't Kasteel was , de Valbrug op , en floot de Poort. De Wethouderfchap, niet meer dan veertien Soldaaten ziende , bekwam van haare ontfteltenis, en ontnam, hen dronken gemaakt hebbende , de Sleutelen. De Markgraaf' de Rochefort , des onderrigt , liet meer Krijgsvolk derwaards rukken; maar Jan Maurh s , hier post vattende , noodzaakte hen onverrigier zaake te rug te keeren, en hieldt eene plaats van zo veel aangelegenheids zo wel bezet, dat ze uit de handen der Franfchen bleef (*).

Lodewijk de XIV. fcheen op dien tijd geheel niet te twijfelen , of hij zou, door Utrecht in Holland dringende , dit aanzienlijkfte der Ferèénigde Gewesten, zo wel als de anderen , voor zijne wapenen doen bukken. Zommiger Franfchen oogmerk ontdekte zich allerklaarst in eenen Brief, door den Graaf d'Estrades , den zeventienden van Zomermaand, uit Wezel, aan den Koning gefchreeven , en daarom waardig hier plaats te vinden. „ Op het eigen „ oogenblik Ontvang ik berigt, dat het Gemeen te „ Utrecht de wapenen opgevat heeft tegen de zul5, ken, die hunne kleederen en huisraad ter Staduh „ willen fchikken ; ja zelfs, dat men ze van hunne „ Goederen beroofd heeft. In deeze Stad zijn meei

dan zesduizend Catholijken, welker voornaamllei: „ ik ken, die, zich door het Leger van uwe Maje

„ fleii

(*) Valkenier, I. D. bl. 477. 480. Le Clef.c , III. D. bl. 389.

P 5

StaatsRegeering.

MerkwaardigeBrief van den Gias-f n'Estrades.

Sluiten