Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NED ERLANDEN. 239

Schoorfteenen zag rooken. Hij vreesde, of'er ook in deeze wooningen onder den grond, waar't gemeen Volk het verblijf houdt , Buskruid mogt geplaatst weezen. Men zegt, dat hij, dit ingebeeld gevaar ontkomen , zich verwonderde over de goedgunstigheid des Volks, 't welk zo fchoon eene gelegenheid, om hem in de lugt te doen vliegen, niet hadt waargenomen. Wat 'er van deeze overlevering zijn moge, vast gaat het, dat de Koning zijn verblijf twee uuren van de Stad nam op een fchoon Lusthuis Zeist geheeten , waar men nog eenige overblijfsels

vindt van de grootsheid eens Vorstlijken verbhjfs

De Vorst, niet voldaan met deeze zegepraalende intrede , wilde aan de Godsdienstbelijdenisfe , door hem omhelsd, dien luister en meerderheid bijzetten, welke de fterkfte zich altoos aanmaatigt. Hij liet in de Domkerk, door het verbranden desPredikftoels, der Banken en verderen toeftel, van de fmette der Ketterije gezuiverd , en voorts gewijd zijnde, het Te Deum zingen , en den' Godsdienst, naar de Roomfche wijze , verrigten. De nieuwe Bisfchop betuigde, onder anderen: Gode zij dank! Wij zijn lange van deeze gezegende Plaats uitgebannen geweest. In verfcheide andere Kerken der vermeesterde Landen werd dezelve Tempelzuivering verligt (*).

De Stad Nieuwmegen was de eenige , die zich onderfcheidde door eenen manmoedigen , fchoon

geen

(*) Heil, Merc. 1672. bl. 79,

StaatsRegee-

rjng.

Sluiten