Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bui NEDERLANDEN. «45

de aannaderingen des Vijands door het water belemmerd waren , gingen de raadpleegingen r iet toe met die bedaardheid , welke alleen de gefchiktfte maatregelen kan opleveren, om dreigend gevaar aftekeeren (*).

De Raadpeniïoraris de Witt was zo verflaagen als de anderen. De fpoed der vermeesteringen van Frankrijk, de haat des Volks, 't welk zijn tegenftreeven van de bevordering des Prinfen van Oranje voor de oorzaak van 's Lands rampen hieldt, maakte hem geheel verlegen. Wel verre van zich te verfterken tegen het opkomend onheil, en ^ijne ftandvastigheid te verdubbelen, naar g'-'lang van de grootte dés gevaars, fcheen hij 'er onder te bezwijken. Veil fchriks vervoegde hij zich bij den Griffier Gaspar. Fagk.l, deezen zijne ongerustheid te verftaan geevende. Fagel antwoordde , dat het' Gemeenebest zich in grooteï Verlegenheid'bevonden hadt onder de dwinglandij 'van Philips den 11. Dat men uit moed redding moest verwagten. Hollanden Zeeland hadden het hoofd recht te houden, tot dat de andere Gewesten, van den eerften fchrik bekomen , in ftaat waren , om de poogingen' der Rijksvorsten, en inzonderheid des Keurvorsts van Brandenburg, te oriderfteuneri. Eigenbelang zou deezen aanzetten , om de ferèénigde Gewesten te hulp te kömeri. Wicquefort, die dit voorval optekent , voegt 'er bij', dat Fagel nooit voorztgtig was in zijne raadflagen, in ftaat om alles te waagen , ea alles te verMa

(•) Refol. Holt. 16-2. blïóo.

Staat»-

l\£GBERlPjG.

Verfeegëtiheidvan DB VVlTT,

Sluiten