Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 240

fchap, van 's Konings wege door deeze Gevolmagtigden aan het Gezantfchap gebragt, was , dat de Koning niet verftondt te handelen dan met Lieden, met volmagt hekleed, en van de Staaten begeerde te hoor en, wat zij hem hadden aantebieden (*). Belemmerende eisch ! De Groot vertrok met denzelven na den Haage , om naderen last. Ter Vergaderinge van Holland, op welker raadpleegingen en befluiten toen de fpül der Regeeringe bijkans geheel draaide, verflag van zijn wedervaaren gegeeven hebbende , dagt men , dat hij wel eenigen heilzaamen raad in dit netelig ïijdftip zou kunnen geeven, en verzogt, van hem te mogen weetcn , welk eene partij veiligst ftondt te kiezen. Zijns oordeels hadt men tot één van beiden te befluiten , —1 of den Staat met wapenen te verdeedigen, — of zich, op de best mogelijke wijze, met Frankrijk te verdraagen. Dat de Koning zou kunnen bewoogen worden, ora de Gewesten veréénigd te laaten , mits men de overwonnene Steden vrijkogt, en hem de Grensvestingen , buiten de Ferèénigde Landen gelegen, in handen ftelde. Dat men meer bedingen zou, naar maate men rijklijker uitboodt 5 doch dat riet-lang rekken der handelinge het Land op een ondergang zou te ftaan komen. De ftaat der dingen was , naar zijn inzien, wanhoopig, en den Koning binnen een dag of twee te wagten te Utrecht, waar men zich van den weg na Gouda en Amfterdam flegts hadt te coeii onderrigteu. Detze r») Secr. R:[oh Uoll. 1672. III. D.W. Hh Q 5

Staats-

Reöeerins.

Sluiten