Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ou NEDERLANDEN. 251

Gouda hadden geftemd in het beüuit , om Prins Willem den f. de Graaflijkheid optedraagen. 'tViel Amfterdam gemaklijk moed te houden indeaigemeene verflaagenheid. Behalven de voordeden eener bijkans ontoeganglijke ligging, was de Stad voorzien van Volk en Krijgs- en Mondbehoeften. Het ontbrak de andere Steden even weinig aan moed; doch, dewijl moed op zichzelven niet genoeg was , oordeelden zij , om de hardnekkigheid van ééne Stad zich niet allen te moeten blootftellen aan een gewis verderf.

Dit dringen bragt bij de Afgevaardigden van Amfterdam geene verandering te wege: zij boodenaan, den anderen Leden bijfland te verkenen , en in perfoon de posten te gaan belchermen. Zij vertrouwden, dat de andere Leden hun het ongelijk niet zouden willen aandoen, van zich alleen metden Vijand te verdraagen op onaanneemelijke voorwaarden; dat 's Lands Geldmiddelen niet gedoogden, den Koning en 's Konings Bondgenooten voldoening te geeven.

De Afgevaardigden van Alkmaar waren de ee-

nigflen, die de kloekmoedige Partij, door Amfterdam gekoozen , eenigzins onderfteunden ; zeggende , dat men den Afgevaardigden niet vergen kon te flemmen in eene zaak van zulk eene natuur; dat de voorwaarden onaanneemelijk waren ; dat de Koning van Frankrijk ons fchatten zou, en de fchatting invorderen te gelijk ; dat zij liever van de Vijanden dan van de Burgers wilden omgebragt worden.

De Qkoot , deeze verdeeldheid hoorende , vatte

Sm ats' Reoee»

EUNG.

Sluiten