Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256

GESCHIEDENIS

Staats» Regee» hing.

te dier gelegenheid, een moed, die zijne hooge jaaren te bovren ging. Gillis Valkenier onderfteunde hem uit al zijn vermogen. Gerrit Hasselaar, toen Hoofdfchout , wiens Schoonzoon wij, voor't Vaderland manmoedig vegtende , hebben zien (heuvelen i gaf blijk van den zelfden Vaderlandslievenden ijver, en dit deedt ook de Burgemeester Hendrik Hoofd. ^—- Valkenier wordt déezè deftige reden in den mond gelegd : Koe, mijne Heeren, zon „ het mogelijk weezen , dat één onzer lafhartig gej, noeg zou zijn, om, zonder dringende noodzaak„ hjkheid, al'ftand te doen van de kostlijkeVrijheid, ,, welke onze Voorouders met zo veel dapperheids, „ in eenen tachtigjaarigen Krijg , verdeedigd, en, ,, ten koste van zo veel bloeds, verworven hebben. ,, Hoe veel te meer onze Stad alle andere Steden van ,, Holland xe. boven gaat in voordeeligheid van ligging, in goedheid van Vestingwerken, in menigte „ van Krijgs- en Mondbehoeften, in aantal van In„ woonderen, zo veel te meer zijn wij verpligt bui,, tengemeene poogingen te doen, om dezelve tegen $ allen vijandlijken aanval te verdeedigen. Door dit „ middel zullen wij een einde zien aan de rampen, die „ de Gewesten drukken , en dezelve bewaaren voor ,. het juk eens Monarchs, die zijnen roem zoekt te „ vestigen op de pninhoopen der Vrijheid van alle ,, Volken van Europa, welker rust te ftooren hij „ nooit zal fchroomen, fchoon het gefchiedde met ,, fchennis van de plegtigfte en heiligde Verbonden. >, Waarom zouden wij niet in flaat weezen, deeden

dienst

Sluiten