Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a6s GESCHIEDENIS

StaatsRegeh-

wanhoopig uiterfte gekomen waren. Althans hij vaardigde, dien dag, twee Brieven af na den Haag, één aan de Algemeene Staaten, en één aan den Griffier Fagel. Bij den eerden begeerende, dat hein toegefiaan V(ierd vrije hoede van Frankrijk te verzoeken voor Graave, welke Heerlijkheid hem toekwam , en, zo hij verftaan hadt, op last der Staaten , van Krijgsvolk ftondt ontledigd te worden 5 men behoorde hem dit te minder te weigeren , dewijl de Groot hem de Volmagt getoond hadt, orq met Frankrijk te duiten. Dit werd bij oogluikinge gedoogd. Zijn verzoek in den Brief aan Fagel ftrekte zich wijder uit. Naa het betuigen zijner ver* wondering over den breeden last aan de Afgevaardigden tot den Franfchen Koning, vervolgt hij: „ Ik „ meen, dat nu mede tijd is, dat ik op mijne partia, cuhere intresfen begin te denken; daarom verzoek ik U Ed. , haar Hoog Mog. , uit mijn naam, „ permisüe te vraagen, om mede iemand van mij2, nen wege aan den Koning van Frankrijk te fchika, ken, om te tracteeren over mijne particuliere in„ tresfen.J< Alles , wat men van 't verhandelde hier op weet, is, dat men zich ter Vergadering van Holland niet zeer gereed vondt , om op dit verzoek ceu'beüuit te neemen; als mede, dat de Edelen en eenige Steden van Holland den Prins wilden toeftaan, over zijne Domeinen te handelen. Doch Amêerdam wilde hier in niet bewilligen (*)•.

Ds

(T) \Va,5bna/& VaderL Hijt Xiy, P« bl. 60 *62,

Sluiten