Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

266

GESCHIEDENIS

StaatsRegee-

lUKO.

I

„ daarentegen liete Bommel, de Bommelerwaar d, „ de Schansfen St. Andries en Voorne , Crevecmur, 3, Loevefte'm en Klundert; en dat Schenkenfchans en ,, Knodfenburg geflegt, en Nieuwmcgen ontmanteld „ wierd. Ook zou hij zich . in ftede van vierw entwintig , vergenoegen met twintig millioenen „ Fransch Geld." ■—■ Men fpilde flegts tijd met aantetoonen, hoe hard deeze voorgewende verzagting was. Zij maakten eenige aanmerkingen op de openbaare handhaaving van den Catholijken Gods* dienst, hoe het Volk zich bezwaarlijk zou kunnen gewennen aan de vreemde kleeding der Monniken , en deeze gevaar liepen, van op de openbaare wegen befpot te worden, en dat het geërgerd zou weezen over de plegtigheden van eene Godsdienst-oefening, zo vol openbaare Ommegangen, die opfchudding zouden kunnen verwekken. Doch de Vorst wilde niets laaten vallen op een punt, 't welk hij als wezenlijk tot den Godsdienst behoorendeaanmerkte; want hij was aan de uiterlijkheden van denzelven zo zeer gehegt, als weinig verknogt aan de zedelijke voorfchriften. De Heer Pompone raadde den Koning , op dit ftuk .met aantedringen, noch ook op de eifchen wegens den Koophandel en den Gedenkpenning, zo onbillijk en beledigend. Hij wees de onmogelijkheid aan, van deeze voorwaarden te bedingen, en dat men eene gelegenheid verloor, die zich misfchien nimmer weder zou aanbieden, om het Gemeenebest voor altoos van den Koning afhangiijk te maaken , en bui|ea ftaat te ftellen, om Frankrijk ooit eenig nadeel

te

Sluiten