Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

StaatsRegee-

RING.

268 GESCHIEDENIS

'er geen bieden was na de eifchen van Frankrijk; dat men nogthans op de voorflagen van den zesentwintigften van Zomermaand zou kunnen voortgaan, of anders de handeling gevoeglijk afbreeken. — Dordrecht en Delft Helden voor, alleen ren opzigte

van Holland te'handelen. Haarlem oordeelde

's Konings eisch onaanneemlijk ; doch begeerde dat men de handeling aanhieldt, mits dê behoudenis' Atv Unie, Regeering en Godsdienst bedingende.—■ Leyden , wel verre van gevoelen veranderd te wee» zen ten aanziene van het treffen eens vergelijks, deedt de zonderlingfte voorflagen. Naa betuigd te hebben, van, zo noode als iemand, tot eenige laagheid te kunnen komen, erkende deeze Stad, dat de eifchen van Frankrijk hard waren; doch dat men ze zo vreemd niet zou vinden, als men in overweeging ham de vermeesteringen, reeds door Frankrijk gedaan , welken men niet ligt weder zou winnen ; dat het nog veel groorcr kon doen , dat Friesland voor den Koning open lag ; dat Holland niet ontoeganglijk was, ter oorzaake van de droogte en fcbaarschheid van manfchap, om de posten te bezetten : de Burgers hadden ze verlaaten, de Huislieden morden , en waren moedeloos , en de hoop op hulp van bui. ten was onzeker : het ontbrak aan geld en geloof beiden , en bovenal aan moed. Beter ware het dan dérhalven, een gedeelte afteftaan, dan het geheel te verliezen: en zou Frankrijk , als men voor Holland alleen handelde , zijn grooten eisch wel eenigzins maatigen. In 't kort, zij oordeelden, dat de Groot

vol-

Sluiten