Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

Staats-

regeerïkg.

Brief der Afgevaardigden na Engeland.

de (*). Alle voorzorg werd'er gedraagen, om hunne gangen nategaan, en te beletten, dat zij 's Volks oogen niet openden. De toeltand dier Afgevaardigden en de kunstenaarijen van het Engelfche Hof'werden zo leevendig afgebeeld in eenen Brief, door hen afgevaardigd , . dat wij den hoofd - inhoud zullen plaatzen.

„ Zedert.onze aankomst in dit Rijk , zijn wij in „ zodanigen ftaat gehouden, dat ons niet alleen be„ nomen is de magt, om van onzen last iets tekun„ nen verrigten, maar bovendien zijn wij fteeds be-

roofd gebleeven van alle gelegenheid , om, door „ ommegang met Lieden , der wereld verftaande,

het oogmerk van dit Hof, omtrent den tegenwoor-

digen toeftand van zaaken, te doorgronden. Men „ heeft, om ons daar meer van te ontzetten , aan „ de eene zijde openbaar gemaakt het betuigde on„ genoegen zijner Majefteit tegen hen , diehetmog„ ten onderneemen, eenige gemeenfchap met ons te ,, houden , en , tot een ernstig blijk daar van, eeni„ ge dagen geleden, in den Tour gezet een perfoon „ van rang, des verdagt, doch ten aanziene van „ ons daar van onfchuldig; en, aan de andere zijde, „ ons toegevoegd een Officier, om een ieder, die, „ zonder bijzondere toelaating, ons zou komen zien, „ aftewijzen ; behalven nog andere perfbonen, naar „ men ons berigt, zodanig geplaatst, dat zij op ons

» ge-

(*) Basmage, II. p. 252. Ster. Re fel. Holl. 167a. III. D. b. 259.

Sluiten