Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

Staat* Regeerikc.

gen. Men hoorde allerwegen het oproerkraaijende geroep: Lang leeve de Koning van Engeland! Lang leeve de Prins van Oranje ! De Duivel haal de Staaten ! Om het Volk aan zich te fnoeren , lieten zij openlijk verbreiden, dat de Koning van Engeland nooit zou gedoogen , dat Lodewijk de XIV. zich geheel zou meester maaken van de Ferèénigde Gewesten. De vrees hadt misfchien eenige verandering te wege gebragt in de Staatkunde van Engeland, zo men anders den naam van Staatkunde mag geeven aan ontwerpen, alleen gegrond op de driften en de ftaatzugt van den Vorst. Zelfs heeft men reden om te denken, dat Carel de II , door de vreeze van met oproerig geweld gedwongen te zullen worden, om zich tegen Lodewijk den XIV. te verklaaren, indien deeze verder in de Ferèénigde Gewesten doordrong, eenig deel hadt in de vertraaging, welketoen zig'.baar bleek in de Krijgsverrigtingen der Franfchen. De Hertog van Bucicingham waagde het zelfs , in een bezoek, 't geen hij aan de Prinfesfe Weduwe gaf, te verzekeren , dat hij goed Hollandsch was, gelijk ook zijne Medeafgevaardigden. „ Het was „ genoeg ," gaf zij ten antwoord, „ als gij goed „ Engclsch waart." V Is waar, vervolgde hij, dat wij Holland zo teder niet beminnen als eene Matresfs, maar wij beminnen Holland gelijk men eene Egtfenoote bemint. De Prinfes was van eenen bitzen aart, en vaardig in 't antwoorden : zij wist, dat de Hertog met zijne Gemalinne zeer flegt leefde , en /oerde hem te gemoet: „ Wij zien met de daad,

„ dat

Sluiten