Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DWL NEDERLAND EN. *83

dat gij Heiland als eene Egtgenoote bemint, en „ daarom behandelt gij het, gelijk gij de uwe."

Vervolgens begaven zich de Engelfche Afgezanten na het Leger des Prinfen , bij Bodegrave , om met hem te fpreeken, Hunne gefprekken vloeiden over van beloften. De jonge Vorst, nogntet in ftaat om het bedrog der Staatstreeken terftond te ontdekken liet 'er zich door inneemen, en deedt een opClel vervaardigen, om paal te zetten aan de vermees. teringen van Frankrijk. De Hertog van Buckingham , een doortrapte Vleijer , en een Man zonde* be-inzels en zonder trouwe, beloofde den Prins, t zelve te zullen doen aanneemen. Arlington, kie fcher en, althans in 't voorkomen , behcedzaamer: erkende , dat men Lodewijk den XIV. niet zot kunnen beletten voordeel te trekken van zijne ver meesteringen. De Prins was dermaate geftoordove deeze verklaaring , dat hij al zijn vertrouwen aa, Buckingham zou gegeeven hebben : maar, sande rendaags, werd Bockinoham, in een nader gefprek tot het uiterfte gebragt, om zijne meening teontdefc ken. „ Men moet," betuigde hij den Prins, „ m« meer van het Gemeenebest fpreeken. Het ijs zal " in den Winter, welhaast, 't geen , welk men t< " nu toe behouden heeft, door de Landen ond " water te zetten, in Frankrijks bandgn doen ve " len Ziet gij niet, dat het omgekomen is met h " Gemeenebest?" Dit laatfte zeggen herhaalde 1 z'o dikwijls, dat de Prins van Oranje , onverduld geworden, hem dit moedig antwoord gaf : Ik m

StaatsRegre-

I

r 1

ï

it )t

2t

1.

et !« ig et m

Sluiten