Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN.

293

„ Ambasfadeurs kwamen : en dat, het geen zijn * perfoon betrof, vijanden- en geen vrienden ■ werk „ ware (*).'<

De Algemeene Staaten verzogten, naa de Ontwerpen te hebben doen voorleezen, zijne Hoogheid eerst zijn gevoelen te willen zeggen. De Prins verf choonde zich in 't eerst , en men zag dit aan voor een blijk van zedigheid; doch zeer ftondt men verwonderd, wanneer hij te verftaan gaf, zich hier op niet te kunnen verklaaren , zo lang zekere perfoonen, door hem te noemen, in de Vergadering bleeven, en dat hij, deezen vertrokken zijnde, zijne meenïng zou ontdekken. De meeste Gewesten bewilligden terftond; maar Holland, dügtendë , dat 'er nieuwe opfchndding onder 't Gemeen ontftaan rriogt, maakte zwaarigheid , en oordeelde dit fïuk van genoe* aanbelang, om ter hunner Vergadetinge ing.bragt en overwoogen te worden. Men kwam , naa een bepaalder raadflag ter ontdekking, tot het befluit, om den Prins tot het noemen der perfoonen te ver-

zoeken. Hij noemde de Groot. Na de reden

gevraagd, liet hij \ berusten bij dit ingewikkeld antwoord: Bat hij het, ten deezen tijde , niet raadzaam hieldt, dieper in deeze zaak te treeden; doch dat hijmeende, dat de Groot zulk een breeden last van de Algemeene Staaten of'van de Staaten van Holland»/* gehad hadt, als zijne uitbiedingen wel geweest waren.

Schoon

CO lm de BacaiwGHAM &■ Asuhcmm de if j& T3 lgs

Staats-

REGEÈR1NG.

De Prins

toont zich agterriogcigomtrent

ce.

Grüot.

Sluiten