Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 309

zeggen, dat 'er onder de Regenten Verraadcrsfchoolen , en als zodanigen Joan Pesser , Adriaan Vroezen , Wihem van der Aa en den Penfionaris de Groot te fchelden, te dreigen, en op fttaat aanterandert. De Groot , de gevolgen deezer ongeregeldheden voorziende , vorderde , dat de fchiddigficn zouden geftraft worden ; doch de Regeerirfg , reeds wantrouwende aan haar waggelend gezag, durfde tot zulke maatregels niet befluiten: en waren 'er onder de Vrocdfchap , die na de verandering haakten, welke men uit deeze oproerigheid te gemoetezag, en welhaast ftand greep : want, naa alle deeze voorbereidende beweegenisfen, vórderde men , op den aclitentwintigften van Zomermaand, dat de Wethouderfcbap Gemagtigden na tien Haage zondt, om, van wegen de Stad , den Prins te helpen bevorderen tot Stadhouder van Holland. Het befluit verwijlde ; doch niet langer dan tot den volgenden dag: wanneer men de Oranje -Vlag Mm dcüToorën te Schiedam zag waaijen, ftak de Muiterij het hoofd op, om het niet weder in den fchoot te leggen , eer zij haaren wensch verkreegen hadt. Ten tijde van het uitgaan der Kerke , bezette de Burger-hopman JaCos Vosmaar de Groote Markt met zijn Vaandel, en deedt elk afvraagen , of hij Staats- dan Prinsgezind was ? Allen waren zij voorzigtig genoeg, om het laatfre te erkennen. liet Volk meer en meet te hoop fchietende , vertoonde de Predikant Bokstius zich onder de menigte, deeze yraagen voor Rellende : Of zij niet begeerde, dat de Prins Stad

koude,

de IIL

Sluiten