Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3i2 GESCHIEDENIS

Willem tt 111.

te Q oudé.

gen komen; — Kievit was ondertusfchen ultEngeland overgeftooken, en beval zich dooreen Brief, gedrukt bij Borstius, den Zoon des bovengemelden Predikants , in de gunst der Rotterdamfche Burgerije, klaagende over 't geen hij voor den Prins, voor ft Vaderland, en tot bevordering van den Vrede geledtn hadt. De Krijgsraad beantwoordde denzelven , en Kievit werd terltond als in zegepraal ter Stad ingeleid. Verfcheide der genoemde Regenten ge" raakten in hegteuis; doch werden, op het fchrijven van zijne Hoogheid, die het vasthouden dierHeeren veroordeelde, geilaakt. De Groot liep gevaar zijns leevens , en onttrok zich eerlang, gelijk wij reeds vermeld hebben, aan 's Volks woede (*).

Gouda zag , op den meergemelden negenentwintigften van Zomermaand , zich met opfchudding van buiten en binnen gedreigd. De Boeren van het omgelegen Land , misnoegd en morrende over het inlaaten van water over hunne Landerijen , waren in grootcn getaie na de Stad getrokken ; doch lieten zich beweegen door een bevel van den Prins, en uit vreeze voor de gewapende Burgerij, om aftetrekken. Dan eenige Wijven en Jongens vervoegden zich voor 't huis van den Burgemeester Reinier Kant, en, 't woord Eeuwig jE<ff#jnietverflaande, begeerden zij het tekenen van zulk een Gefchvift, als in andere Steden getekend was. De Wethouderfchap, hierop vergaderd, maakte de Gemeente bekend, dat

men

(*) WaceWaar Vadirl. Hift. XIV. bl.117.

Sluiten