Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322 GESCHIEDENIS

Willem de III,

„ van haaren ondergang liever over hem dan over „ zichzelven brengen wilde." Doch het aangetekende van Hoofts boodfchap bij den Stadhouder wederfpreekt zulks ten vollen: dit toont, dat deRegeering gezind bleef, het uiterïïe , en zelfs haar eigene perfoonen te waagen , indien de Prins oordeelde, dat de Staat door wapenen te redden ware : zij wilden dus zijne Hoogheid in geen gevaar van fchande brengen , waar aan zij zeiven niet begeerde te deelen. Even weinig (laats mogen wij maaken op het geen die zelfde Schrijver vermeldt, dat de Prins hem zou betuigd hebben , „ dat de Landzaaten „ geen Souverain verdraagen konden , en meer tot „ den Oorlog zouden opbrengen, om hunne eigene „ Vrijheid te befchermen, dan voor eenigen Vorst, „ wie hij ook ware; en dat deeze aanmerking hem

bewoogen hadt, om de aanbieding van Amfterdam „ van de hand te wijzen." Uit egte bewijzen blijkt wel niet, dat zijne Hoogheid den voorflag der Stad, om hem hooger Waardigheid te doen opdraagen, aangenomen , maar even weinig, dat hij denzelven van de hand geweezen hebbe (*).

Maar, eer Amfterdam tot het doen deezer aanbieding kwam, hadden de Staaten Willem Hendrik , Prins van Oranje en Nasfau , tot Stadhouder, Capitein en Admiraal -Generaal van Holland aangefteld:

dit

(•) Wagenaar, Amjl.V. St. bl. 355 enz. Burnet, mft. (>f his own Tim» , Vol.I. p. 326. Brieven van CanDiDUS, 111. Brief, bl. 139.

Sluiten