Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 323

dit gefchiedde op den vierden van Hooimaand , des morgens ten vier uuren. Elf Afgevaardigden uit de Vergadering van Holland bragten hem de tijding in het Leger, bij Bodegraave. Zijne eerde vraag was , of men hem ontflagen hadt van den Eed, bij 't aanvaarden van het Capitein-Generaalfchap gedaan? Hier van verzekerd , nam hij het Stadhouderfchap aan, beloofde het Land te zullen befchermen , de rust in de Steden te herftellen , en allenthalven zich van eed en pligt te kwijten (*). Hollands invloed ter Generaliteit bragt te wege, dar men weldraa den Prins tot Capitein-Generaal der Unie verhief ; doch de magt der Patenten , die zijne Voorzaaten gehad hadden , kreeg hij tot kennelijk wederzeggen toe. Friesland en Groningen, eenen bijzonderen Stadhouder hebbende , behielden dat regt aan zich, gelijk voorheen (f). Den negenden der gemelde maand deedt zijne Hoogheid een keer na den Haage , om in de genoemde Waardigheden bevestigd te worden : daarop zitting neemende in de Raadkamer en op de Rolle van den Hove. Holland gaf hem alleen eene Commisfie, maar geene ïnftrttftié (§).

Schoor

(») Valkenier, I. Bijl. No. 53. bh u8. Holl. Merc. 1672. bl. 91. Aant. wegens het gebeurde bij de aanjleh ling van den Prins tot Stadh. in 16/2. Mf. Aant. van de Penf. Vivien en Hop, van den 5. Julyio/z. Mf.

(f) Valkenier, I. Bijl. Nó. 5a.bl. 117. Brandt, Lee yen van de Ruiter, bl. 693.

(§) Ref. Holl. 1672. bl. 270. Aaat.vjegens de aanjl van den Prins. Mf.

Willem de Uï.

De Prins van 0-

ranje tot Stadhouder van Holland en Zee. land aangebeld.

1

Sluiten