Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3=4

GESCHIEDENIS

Schoon de Staaten van Zeeland den Prins reeds, op den tweeden van Hooimaand, die Hooge Waardigheden in hun Gewest .hadden opgedraagen , liep het aan tot den zestienden, eer zij hem in den Haage den Eed lieten afneemen (*), ■—- De maare deezer verfpreidde zich niet door Holland en Zeeland , of de Ingezetenen betoonden alomme de uitbundigfte vreugdetekenen. Van 't Stadhuis en Kerktorens zag men Oranje-vlaggen waaijen. 's Lands nood vergat men eenige oogenblikken op vrolijke Feesten: en men vindt aangetekend , dat de Raadpenfionaris de Witt , nog om zijne wonden het huis houdende , zich geliet in de algemeene vreugde te deelen (t).

Hoe fchielijk was deeze omwenteling ! De vrees der Regenten voor de woede des oproerigen Volks deedt hen beeyen op het denkbeeld van uitftel. Zij geloofden, dat hunne vaardigheid en ijver hen inden Prins eenen Befchermheer zouden doen vinden, dien zij noodig hadden tegen het misnoegen des Volks, zich met zo vreeslijke tekenen , op veele plaatzen, vertoonende. Op hun voorftel vaardigde de Prins eenen rondgaanden Brief aan de Steden af , tot verdeediging der verdagte Regenten, en om de ontruste Gemeente te ftillen. In deezen fchreef hij het verlies der Steden, door Frankrijks overwinnende wa-

pe-

(*) Valkenier , I. D. bl. 696. 697. 7.00. Holl. Merc, (672. bl. 92. (_t) Valkenier , I. bl. 695,

Willem de III.

Sluiten